Terug...Hypotheekrenteaftrek anno 2007
Voor eigenaar-bewoners die verhuizen bestond tot 2004 de mogelijkheid om rente af te trekken over een lening die indirect is gebruikt voor consumptie of financiering van beleggingen. Bij verhuizing was het voor eigenaar-bewoners mogelijk om de hypotheek te verhogen tot de totale aankoopsom (+ kosten) van de nieuwe woning en de rente over die lening volledig af te trekken. Als men voor deze volledige financiering van de nieuwe woning koos en de waarde van de oude woning hoger was dan de erop rustende hypotheekschuld, viel een bedrag vrij voor consumptie of belegging buiten de eigen woning. In fiscale zin was er tot 2004 sprake van aftrekbare eigenwoningrente omdat de aankoopprijs van de woning uit de lening is voldaan. Materieel heeft de betaalde rente (voor een deel) betrekking op consumptief krediet, dan wel beleggingen in ander vermogen dan de eigen woning. Door deze mogelijkheid werden verhuizende eigenaar-bewoners fiscaal bevoordeeld ten opzichte van zittende eigenaar-bewoners.
Aan deze ongelijkheid tussen zittende en verhuizende eigenaar-bewoners is een einde gemaakt door de bijleenregeling. De bijleenregeling introduceert drie nieuwe wettelijke begrippen, te weten "eigenwoningschuld", "vervreemdingssaldo eigen woning" en "eigenwoningreserve".
Eigenwoningschuld
In de eigenwoningregeling tot 2004 worden renten van schulden die zijn aangegaan voor de verwerving, de verbetering of het onderhoud van de eigen woning, aangemerkt als aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning. De bijleenregeling heeft hierin in zoverre wijziging gebracht dat niet langer de renten van al die schulden zonder meer als aftrekbare kosten in aanmerking worden genomen. Aan het bijlenen in box I is een limiet gesteld. Met het oog hierop is in artikel 3.119a van de Wet IB 2001 de term eigenwoningschuld geïntroduceerd. Hiermee worden de schulden aangeduid ter zake waarvan de renten als aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking worden genomen.
Vervreemdingssaldo eigen woning
Onder vervreemdingssaldo eigen woning wordt in beginsel verstaan de prijs waarvoor de woning is verkocht, verminderd met:
- de op dat moment nog resterende eigenwoningschuld; en
- de kosten ter zake van de verkoop (bijv. makelaarscourtage).
De regeling gaat ervan uit dat het vervreemdingssaldo eigen woning wordt geherinvesteerd in een eigen woning. Het begrip vervreemding voor de bijleenregeling heeft een ruimere inhoud dan wat daaronder in het spraakgebruik wordt verstaan. Een vervreemding is elke gebeurtenis waardoor een woning ten aanzien van de belastingplichtige niet meer als eigen woning wordt aangemerkt. Het vervreemdingssaldo kan ook negatief zijn. Dit is het geval wanneer de belastingplichtige bij de verkoop van een eigen woning een restschuld overhoudt. Met andere woorden, de opbrengst bij verkoop is niet toereikend om de op die woning betrekking hebbende eigenwoningschuld volledig af te lossen.
Eigenwoningreserve
Het vervreemdingssaldo eigen woning wordt opgenomen in een eigenwoningreserve (hierna: de reserve). De stand van de reserve geeft het bedrag aan dat bij de verwerving van een eigen woning met eigen vermogen dient te worden gefinancierd. Als de financiering toch met vreemd vermogen plaats vindt dan valt in zoverre de schuld niet in box 1 maar in box 3. Het maximale bedrag aan schulden ter zake waarvan de rente als aftrekbare eigenwoningkosten in aanmerking kan worden genomen, wordt gevonden door op de aankoopprijs van de nieuwe woning (vermeerderd met de aankoopkosten) de reserve in mindering te brengen. Starters op de woningmarkt hebben nog geen reserve. Zij kunnen nog het totale aankoopbedrag van een woning onder box 1 financieren. Indien zo’n starter na enige jaren zijn huis verkoopt, wordt ter grootte van het vervreemdingssaldo eigen woning een reserve gevormd. Bij aankoop daarna van een nieuwe eigen woning dient tot het bedrag van de gevormde reserve eigen geld te worden aangewend voor de financiering van de nieuwe woning. Daarna wordt op de reserve afgeboekt het bedrag dat aan eigen geld aangewend had moeten worden, zodat na de aankoop van de nieuwe woning de stand van de reserve weer op nul staat. De term verwerven heeft een ruimere inhoud dan wat daaronder in het spraakgebruik wordt verstaan. Een verwerving is elke gebeurtenis waardoor een woning voor een belastingplichtige als een eigen woning wordt aangemerkt.
In de Memorie van Toelichting bij het Belastingplan 2004 – waarin de bijleenregeling is opgenomen –is een aantal voorbeelden terug te vinden aan de hand waarvan de bijleenregeling is toegelicht. Voor een beter begrip van de regeling is een aantal voorbeelden door het Fiscaal Juridisch Adviesbureau verzameld en bewerkt. Ook zijn nog twee – eveneens bewerkte – voorbeelden uit een besluit van het ministerie van Financiën toegevoegd. De voorbeelden treft u in de bijlage aan die u hieronder kunt downloaden.
|